Een serieuze poos geleden dat ik hier nog wat op losliet. Niet dat er niks gebeurde wat ik aan de wereld kwijt wou, integendeel… Heel wat gebeurd wat de mensheid mag weten. Foei foei foei dus om deze blog zo te verwaarlozen! Laat ons het erop houden dat ik een Frank Dewinnetje heb gedaan. Hoedanook, de zon schijnt overal, ook in Europa. Deze zin heeft met het vervolg niks te maken, maar ik had een bruggetje nodig om tot de rest te komen.
Het was zaterdagochtend 05.30 u, onwelvoegelijk vroeg als je het mij vraagt, toen ik op 5 september 2010 de eerste kilometers aanvatte van mijn trip naar Santiago de Compostela. “Wie zegt dat weggaan sterven is, heeft vergeten te leven” zei Wim Opbrouck ooit in De bende van Wim. Maar mijn vertrouwde nest achter mij laten om alleen met mijn motorfiets 3 weken op pad te gaan bezorgde mij de eerste kilometers een dubbel gevoel. 50 km doorbijten! Wat daarna volgde was een aaneenschakeling van verwondering, bewondering, emotie, ups, downs, zon, regen, geluk, ontroering, passie, warmte, koude, eenzaamheid, samenhorigheid, dankbaarheid, blijdschap, homesickness, … Wat daarna volgde was dus: leven! Intens!
Ergens in de Cevennes (Fr), een zonnige zondagochtend, een eerste maal loslopende paarden… Gino Vannelli galmde door de lucht, bevestigde wat ik al vermoedde: “Wild horses cannot drive me away from you!” Het zou nog tweemaal blijken tijdens de reis.
De D158… rijdend in een droomlandschap
Het was woensdagochtend, het was 06.00 uur. Ik werd wakker in één van de meest liefelijke en vredige plekjes waar ik ooit ben geweest. Kamer(a) met uitzicht! Op pad. Alleen naar de stilte kon je luisteren, af en toe eens onderbroken door een koebel. Les Baronnies. Met heel veel dank aan Geert en Marie voor de ongedwongen vanzelfsprekendheid van jullie onthaal, le barbecue était superrrrr et le vin…. ohlalala ohlalala… c’était magnifique!
06.30 u. Réné kwam net terug van een bezoek aan zijn schapen. Hij bekeek mijn motorfiets. “Ca bombe ça une machine pareille”. Ik zag aan zijn gezicht dat ik volgens hem wel gek moest zijn om helemaal vanuit België met zo’n ding naar Les Baronnies af te zakken. “Of Geert een goede buurman is?” “Geert? “Ah Gérard et Marie, mes voisins! Ah ça oui, des gens biens.” Hij spreekt met een sappig zuiders accent en je kan uren met hem praten, want Réné heeft tijd. Réné heeft geen internet, Réné heeft geen e-mail. Hij weet hoegenaamd niks af van Facebook, noch van Twitter. De Tour de France kan hem gestolen worden. Hij leeft daar tussen “zijn” bergen samen met zijn twee honden, volgens het ritme van de seizoenen, volgens het ritme van de dag en de nacht. Ik kan hem overtuigen toch even te poseren voor een fotooke, het waarom daarvan ontgaat hem volledig. Réné heeft zelfs geen vrouw. Hij vertelt me dat hij perfect gelukkig “et content” is. Ik hoor Emmerson, Lake and Palmer… Oh what lucky man he is!
Ergens in de Pyreneën, een café-restaurantje “Chez Loulou”. Het etablissementje staat er helemaal alleen bij één of ander panoramisch uitzicht. Loulou kreeg ik niet te zien, maar ik ontmoette er wel een heel opmerkelijke verschijning, druk in de weer om alles in gereedheid te brengen voor het middageten. Mijn herhaalde vragen om van haar een foto te maken werden steevast met een “non non” weggelachen. Ik bleef aandringen… “Mais pourquoi tu veut une photo de moi?” Ik had mijn antwoord al klaar: “Je le sens, ‘t est la femme de ma vie.” Het hek was van de dam! “Allez charmeur, prends ta photo”. Ze poseerde gewillig als een schaapje achter haar “comptoir”. Chez Loulou, niet te missen als je in de streek bent.
Hey hey little sister, can I have a talk with you? French I presume?
Col de Peyresourde, de eerste echte Pyreneën-col die ik opreed. Onderweg passeer je wielertoeristen van allerhande pluimage. Sommigen fietsen heel gezwind dat bergske op, anderen al iets minder gezwind en nog andere doen het al zwalpend. Maar allemaal zetten ze door tot helemaal boven… Het leek me ook dat ze me heel beschuldigend aankeken als ik hen voorbijreed en even in hun ogen keek. Of speelde mijn verbeelding mij parten omdat ik een beetje schaamte voelde dat ik het “maar” met de moto deed!
Col du Tourmalet, nog zo’n klinkende naam uit de geschiedenis van de Tour de France. Als je de berg oprijdt dan zeg je geregeld tegen jezelf: “Ja man… da’s nie niks om hier met een fietske om ter snelst naar boven te rijden” Ik begin aan de beklimming vanuit Ste Marie de Campan. Ergens halverwege rij ik het skistation La Mongie binnen. Korte stop, kaartje sturen naar het thuisfront en dan begint het laatste stukje beklimming door een open, desolaat landschap. Er komt precies geen eind aan. Je moet op je motorfiets bij de les blijven maar je wilt steeds links en rechts van het uitzicht proeven. Boven op de top zie ik niks dan blije gezichten bij de vele fietsers die de col getrotseerd hebben. Ik loop eveneens uitgelaten als een kind rond omdat ik “eindelijk” de TV-beelden waarbij ik telkens wegdroomde in real live kan aanschouwen. Het gevoel? Live your dream, don’t dream you life! Ik blijf er meer dan een halfuur hangen.
En dan begint de pret pas helemaal: downhill the Tourmalet! Ik geef het grif toe: de eerste kilometers rij ik met een klein hartje tussen loslopende paarden en hun cadeautjes die ze her en der verspreiden over de weg. Heel heel ver in de diepte, ontzettend diep, zie je nog een piepklein stukje weg. Daar moet je naartoe!
Ik verman mezelf, beslis de eerste 15 km niet meer na te denken en yezzzzzzzz…. there we go! Bangelijk! Het dwingt je tot bakken respect voor de wielrenners en motards die ons ieder jaar opnieuw het spektakel van de cols bezorgen! Ik haal in de verste verte hun snelheid niet!
Via Luz St Sauveur en Argelès Gazost snij ik een nieuwe col aan. Col Du Soulor. Boven laat ik mijn motooke achter bij een slapende collega. Het is het perefcte tijdstip voor een koffietje op een zonovergoten terras. Peace in the neighbourhood!


Vanaf de Soulor rij ik naadloos naar de Col d’Aubisque. I feel free, I feel happy! Het is hier wondermooi! Ik kom hier zeker nog terug.
Top van de Aubisque. Ik koop een nieuwe sticker voor op de koffers. Een kinderhand is gauw gevuld. De sfeer die mij al een paar uurkes omarmt staat hier goed en wel in de wei te pronken: Vive le vélo!




































