
Ik denk begin, halfweg de jaren zestig was er op zaterdagavond een voor die tijd erg mysterieuze serie te bekijken op TV, op “Brusselsvloams”. Het was de tijd dat ik nog netjes gewassen, in pyjama gestoken, wat langer mocht opblijven om samen met mijn moeder TV te kijken. Het lijkt nu wel de tijd te zijn geweest toen de beesten nog spraken. Het laatste wat ik dan steevast mocht zien voor ik in bed moest was een science-fiction serie - of iets die daar toch moest voor doorgaan - “The Outer Limits”. Van kleurentelevisie was in de verste verte nog geen sprake en elke aflevering werd bevolkt met allerhande voorlopers van ET. Steeds erop uit om de mens één of andere loer te draaien. De dreiging die van de zwart-wit beelden en de immer zorgelijk kijkende slachtoffers uitging was voor een netjes gewassen in pyjama gestoken jongetje behoorlijk aangrijpend. Ik zou zeker nooit mijn bed ingedoken zijn zonder mij eerst ervan te vergewissen dat daar geen zo’n onding met een enorm waterhoofd zijn opwachting maakte in mijn kamer. Zelfs het bloemetjesbehang leek mij die avonden vreemd toe te lachen. Later, veel later, heb ik The Outer Limits ingeruild voor de Pin-Up Club met ene WVW in een aangrijpende hoofdrol. Daar voelde ik mij ook prettig ongemakkelijk bij, maar dat was van een heel andere orde. En telkens als ik toendertijd na het bekijken van de wekelijkse aflevering mijn slaapkamer binnenkwam overviel mij toch enige vorm van spijt dat de hoofdrolspeelster haar opwachting niet maakte in mijn kamer. Zelfs het bloemetjesbehang leek mij die avonden met enig leedvermaak toe te lachen. Augustus 2007, Audresselles, een klein vissersdorp net voorbij Cap BlancNez aan de Franse Opaalkust. De elementen waren aanwezig, het grauwgrijze, een immense onweersbui, een dreigende zee en vier vreemd uitgedoste figuren… The Outer Limits revisited, met dank aan Nele, Bolleke, Stef en Yves.