of enkele jaren na datum De Bende van Wim achterna.
Puur toeval waarschijnlijk, maar enkele weken terug werd ik met de wetenschap verrijkt dat ergens in Frankrijk – in Guémy of all places – een Chapelle de Guémy zou staan. En dat bleek zelfs nog niet eens zo ver van mijn bed vandaan te zijn.
Op zich geen wereldschokkende vaststelling, want er zullen wel meer van die Chapelles neergepoot zijn in Frankrijk. Alleen is deze van Guémy voor eeuwig en altijd en onlosmakelijk verbonden aan De Bende van Wim!
Deze kennis verplicht mij als dusdanig de plek te gaan bezoeken. Met de motorfiets en alleszins helemaal alleen om mij daar ongestoord te kunnen wentelen in de dromerij als ware ikzelf één van de bende. Onder een broeierig hete namiddagzon trok ik dan gisteren richting Guémy.
Mijn gps vindt niet onmiddellijk de juiste eindbestemming terug en “une ruïne” of “la bande à Wim” zijn niet aan de plaatselijke incrowd besteed. Ik heb uiteraard de coördinaten van de plaats niet opgetekend laat staan meegenomen, typisch voor mezelf. Net wanneer een lichte twijfel omtrent de goede afloop van mijn zoektocht aan het opkomen is, acht La Chapelle elle-mème het moment gekomen om zich aan mij te vertonen. Hoog op een flank rechts van mij zie ik de bleke kalkstenen schitteren in de felle zon. Ik moet alleen nog daar zien te geraken. Mijn oriëntatiegevoel laat me zelden in de steek en 5 minuten later sta ik op een stoffige, met keien bezaaide parking. Het levert mij een wuivend korenveld op. Er wacht mij nog een voettocht van enkele honderden meters. Licht bergop onder een felle zomerzon, je zou voor minder gaan zweten.
En dan sta ik er, pal op de plek waar goed 6 jaar geleden Wim Opbrouck, Jean Blaute en Michiel Hendryckx neerstreken. Ik vergeet alle enscenering en technische kantjes die de serie in zich had en dompel me weer onder in de heerlijke bende-sfeer van toen. Het was begin december 2002 toen de Bende voor het eerst op TV werd uitgezonden. Op die vrijdagavonden was ik met geen stokken uit het huis te krijgen. Het was koud, donker en verlaten buiten. Het was heerlijk warm, zonnig en gezellig op Canvas. Voor een motard was dit telkens een hoogtepunt in de week. Met daarbovenop ieder keer opnieuw een reeks Hendryckx -foto’s.
Ik heb geluk. Ik ben er helemaal alleen. Ik zet me neer in de schaduw. Het uitzicht is op zijn mooist, de stilte oorverdovend. Het is er zwoel warm, maar een lichte bries passeert over de hoogvlakte. Ik voel me onbeschaamd fantastisch goed! Ik zou hier wel de rest van de dag willen blijven zitten. Meer hoeft het echt niet te zijn.
Ik leun achterover tegen de muur en sluit de ogen. Het kost me geen moeite om weer die geïmproviseerde tent te zien waaronder de drie hun picknick hielden.
Dit is zo één van die plaatsjes op de wereld die je een speciaal gevoel geven en waarvan een mens zegt “Hier kom ik nog terug.” En hier zal ik nog vaak terugkomen.
Dit korenveld, pal naast de parkeerplaats, zag er uiteraard niet zo geel uit en de lucht was ook wel niet zo dramatisch blauw. Ik hou eigenlijk veel meer van zwart-wit foto’s maar als ik dan toch voor kleur ga dan mag een dergelijke foto ook wel goed in het kleur zitten vind ik. Ik heb hier een eigen interpretatie van de werkelijkheid gearrangeerd.
















